justitie

Achthonderdduizend foto’s telt de nieuwe gelaatsvergelijkings-database van de politie. Veroordeelde criminelen, maar ook verdachten, staan met hun gezicht in een speciaal systeem dat razendsnel een persoon aan een foto uit de database kan matchen aan een potentiële crimineel.

Volgens de politie zijn er al een aantal matches geweest. Om wat voor zaken het gaat, kunnen ze niet vertellen. In de praktijk zou het systeem een terrorist uit de mensenmassa kunnen pikken of een inbreker op beveiligingsbeelden kunnen identificeren met een crimineel uit het systeem. Enige vereiste: de foto van de persoon moet al wél in het systeem moeten zitten. 

De Nederlandse politie stelt dat de vindkans van een gezicht in het systeem van "vele factoren" afhankelijk is. De kwaliteit van de foto’s bijvoorbeeld, maar ook chirurgische ingrepen. 

Virtuele ‘line-up’ van verdachte kandidaten

Het is niet de bedoeling dat iedereen zomaar in de database belandt. In principe wordt alleen van mensen die worden verdacht van een strafbaar feit waarop een jaar of meer cel staat een foto gemaakt. Ook moeten vingerafdrukken worden afgenomen. Als je eenmaal in het systeem belandt, ben je er niet zomaar uit. Afhankelijk van de veroordeling, blijft je afbeelding 20, 30 of 80 jaar erin zitten. 

Het systeem wordt ingezet worden ter voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten. Ziet een agent een persoon die zich verdacht gedraagt, dan kan hij een foto maken en die uploaden naar het systeem. Of iemand hiervoor in aanmerking komt, bepaalt de agent dus zelf.

Het systeem gaat vervolgens aan de slag met het vergelijken van de foto met andere foto’s van verdachten uit het systeem. Het komt met een lijst van mogelijke kandidaten die het meest lijken op de aangeboden afbeelding. Een expert gaat er daarna mee aan de slag om te kijken of er misschien een match is. Is die er niet, dan kijkt er ook nog een tweede expert naar. Is er wel een match, komt er ook een tweede expert bij die onafhankelijk van de ander ook zijn oordeel geeft. 

Betrouwbaarheid 

De presentatie van het gelaatsvergelijkingssysteem komt in een week waarin de bevoegdheden van de veiligheidsdiensten in de strijd tegen criminaliteit en terrorisme in de Tweede Kamer worden besproken. De Nederlandse politie is niet de enige die aan de slag gaat met gezichtsherkenningssoftware. In Groot-Brittanië en de Verenigde Staten gebeurt het al veel langer. 

Uit onderzoek van de Amerikaanse universiteit Georgetown Law School blijkt dat inmiddels de helft van de volwassen Amerikanen in een dergelijke gelaatsvergelijkingsdatabase voorkomt. Een privacy-deskundige in de VS noemt het alarmerend dat de database voornamelijk bestaat uit niet-criminele burgers. 

In een artikel van The Guardian wordt bovendien gesteld dat het systeem “zeer krachtig maar niet neutraal is”. Het maakt ook fouten. Het zou tien procent minder accuraat zijn bij gekleurde personen vergeleken met blanke personen. Ook zou het onschuldige arrestaties, zelfs veroordelingen, kunnen veroorzaken.

Haken en ogen

Hoogleraar informatierecht Nico van Eijk noemt de nieuwe technologie voor de hand liggend. Hij ziet de "traditionele haken en ogen." "Hoe meer informatie je vergaart, hoe meer kans er bestaat dat er iets verkeerd mee gebeurd," zegt Van Eijk. Hij doelt hiermee op de toegankelijkheid van het systeem. "Je wilt niet dat de info verkeerd wordt geïnterpreteerd of in verkeerde handen belandt. Je wilt niet dat zomaar iedereen in die database kan gaan rommelen."   

Bovendien wil Van Eijk dat je ook uit het systeem moet kunnen. "In een democratische rechtsstaat zeggen we, je krijgt een tweede kans en dus moet die info ook weer verwijderd kunnen worden."

De checks en balances die de politie heeft ingebouwd, vindt Van Eijk goed geregeld. “Apart verzamelen en apart analyseren is een van de waarborgen. Maar het kan er ook toe leiden dat je teveel blijft verzamelen, omdat je eigenlijk niet meer weet waarvoor je het verzameld hebt."

Vanavond in EenVandaag: John Riemen, hij ontwikkelde de gelaatsvergelijkingsdatabase en werkt als forensisch bioloog bij de Nationale Politie. En we spreken met Nico van Eijk. Hoe blij moeten we zijn met het nieuwe opsporingsmiddel van de politie? En: is de privacy van de normale burger voldoende gewaarborgd?